Informatie over cavia verzorging, voeding, ziektes en behandeling

door dierenarts dr. Eva Stoffels

email: marumoto@maru-vet.com

 

INLEIDING
ALGEMENE SYMPTOMEN
ADEMHALING
  Anatomie
    Probleem herkennen
    Infecties en zoönosen
  Bovenste luchtwegen
  Onderste luchtwegen
  Preventie

GEBIT
HUID
MOND
MOTORIEK
OGEN
OREN
SATIJNZIEKTE
SPIJSVERTERING
  Anatomie en fysiologie
    Probleem herkennen
  Diarree
    Infecties en zoönosen
    Behandeling diarree
  Obstipatie
    Gaskoliek (tympanie)
    Behandeling obstipatie
  Buikvliesontsteking
  Herstel en nazorg
  Preventie

STOFWISSELING
URINEWEGEN
VOORTPLANTING

GASVORMING IN HET MAAG-DARMSTELSEL

(andere benamingen: gaskoliek, trommelzucht, tympanie, meteorisme, Engels: bloat)

Gasvorming in het maag-darmstelsel is een zeer pijnlijke en potentieel levensbedreigende conditie. Hier bespreken wij de hoofdoorzaken, symptomen en diagnostiek.

Etiologie - algemeen Etiologie - voeding Pathogenese/Complicaties
Symptomen Diagnose Prognose

Fig. 1: Een typische ligging bij ernstige gasvorming. De cavia steunt op het borstbeen (sternale decubitus), houdt de achterhand verheven en weigert te lopen. Let op harde zwellingen ten hoogte van de maag (links) en de blinde darm (rechts).

ETIOLOGIE

Gas is altijd aanwezig het maag-darmstelsel van cavia's - dit is het normale gevolg van de fermentatie in de darm. Ophoping van gas is echter pathologisch. Meerdere factoren dragen bij aan de gasophoping bij cavia's. Wij onderscheiden tussen:

Normale fermentatieprocessen. Gas (koolstof dioxide, methaan) is een belangrijk bijproduct van de spijsvertering bij cavia's, zie Spijsvertering, Anatomie en Fysiologie. De bacteriële flora in de blinde darm (caecum) en het eerste deel van de dikke darm (colon ascendens) fermenteert vezels, zetmeel en andere koolhydraten, waardoor maar liefst 1 liter gas per uur geproduceerd wordt. Deze enorme hoeveelheid moet continu uitgescheiden worden via wind (flatus). Echter, dit kan alleen als er geen obstructies zich in de dikke darm bevinden, en als het caecum zich normaal kan samentrekken. Gasopstapeling in het caecum is veelal een rechtstreekse consequentie van caecumatonie of verstopping van de dikke darm (of beide). Verschillende oorzaken van verstopping werden reeds behandeld in het hoofdstuk Spijsvertering, Obstipatie. De invloed van voeding wordt nog toegelicht in de volgende paragrafen.

Pathologische fermentatieprocessen. Bij darminfectie (dysbacteriose) door clostridia, enteropathogene E. coli of gisten ontstaan er abnormaal grote hoeveelheden gas. Uiteraard is er geen sprake van verstopping, want dysbacteriose gaat altijd gepaard met zware diarree (hypermotiliteit). Maar ondanks diarree kunnen de overtollige gassen niet efficiënt uitgescheiden worden. Lees verder in Spijsvertering, Infecties en zoönosen.

Exogene gassen - ingeslikte lucht. Alle dieren slikken lucht in. Bij gezonde cavia's is er altijd een beetje lucht in de maag aanwezig. Dit is normaal en ongevaarlijk, zolang het dier niet verstopt is. Bij ademnood (bv luchtwegproblemen of verslikking) of bij hyperventilatie door schrik of pijn wordt er extra veel lucht ingeslikt. Ademnood of andere soorten fysisch lijden veroorzaken ook de daling van darmbeweeglijkheid (zie Obstipatie). Door de verhoogde aanvoer en verlaagde afvoer ontstaat er gasophoping, vooral in de maag.

Een combinatie van de bovenstaande factoren is ook mogelijk. In praktische situaties is gaskoliek een complicatie van verstopping. Echter, verstopping kan ook zonder gas verlopen. Dit laatste zien wij vooral bij dieren die hun darmfunctie langzaam verliezen door steeds minder te eten en te drinken. De darmflora is in dergelijke gevallen zo aangetast dat er weinig gasproductie meer plaatsvindt.

VOEDING

Gasproductie in de blinde darm wordt beïnvloed door de voeding. De rol van voeding in de gezonde spijsvertering werd reeds beschreven in overige hoofdstukken (Spijsvertering, Obstipatie, Anatomie en fysiologie, en Infecties en zoönosen). Wij benadrukken nogmaals dat zetmeel-, suiker- of eiwitrijke voeders zeer nadelig zijn voor de darmwerking. De cavia kan slechts een beperkte hoeveelheid zetmeel, suiker en eiwit verteren; het overschot wordt in de dikke darm gefermenteerd waardoor extra gas ontstaat. Bepaalde suikers (lactose - melksuiker) zijn helemaal niet verteerbaar door volwassen dieren. Gas kan dus ontstaan na het voeren van melkproducten.

Een vezelarm dieet geeft ook gaskolieken. Bij gebrek aan vezelrijke voeders treedt er verzuring van de blinde darm op; de darmpassage wordt te traag. De combinatie van extra gasproductie door het overschot aan eiwitten, suikers enz. met een vertraagde peristaltiek is verantwoordelijk voor de meeste chronische klachten. Gasvorming zien wij relatief vaak bij dieren die vooral krachtvoeders en suikerrijke caviasnoepjes krijgen, terwijl de aanbod van hooi en verse groente onvoldoende is. De problemen verergeren bij een lage waterinname.

Darmobstructie met gasvorming treedt op als men plots het versvoer weghaalt of beperkt. Dit is een vaak voorkomende en vaak fatale fout. Een cavia met zachte ontlasting of diarree wordt op advies van een dierenarts op dieet van hooi en water gezet; het dier stopt met eten, droogt uit en bezwijkt binnen 24 uur aan gaskolieken (en andere problemen).

Gasvorming wordt ten onrechte toegeschreven aan het voeren van sommige voedergewassen, met name de koolsoorten (kruisbloemigen of Brassicaceae) en de vlinderbloemigen (Leguminosae of Fabaceae). Hieronder geven wij een verklaring voor sommige mythen.

Koolsoorten of kruisbloemigen (witte kool, savooikool, spruiten, bloemkool) bevatten oligosacchariden (complexe suikers) zoals raffinose. Deze suikers zijn onverteerbaar voor alleseters (mens, hond); ze komen dus in de dikke darm terecht en worden gefermenteerd door de microben. Zo ontstaat er gas in de dikke darm. Flatulentie (winderigheid) na de consumptie van koolgerechten is een bekend verschijnsel bij de mens. Planteneters zoals cavia's en konijnen bezitten echter een enzyme (raffinase) waardoor dunne-darmvertering van complexe suikers mogelijk is. Uiteraard heeft het enzyme een beperkte capaciteit, maar deze is in praktische situaties ruim voldoende. De cavia kan dus veel kool eten zonder dat er klachten zich voordoen. Er is potentieel een ander probleem met kruisbloemigen: de aanwezigheid van anti-nutritionele factoren zoals glucosinolaten en S-methylcysteïne sulfoxide. Glucosinolaten worden na enzymatische bewerking omgezet in stoffen die de functie van de schildklier benadelen. Vergiftiging  is echter onwaarschijnlijk bij normale consumptie. S-methylcysteïne sulfoxide is enkel schadelijk voor de herkauwers omdat het gesplitst wordt in de pens (het product van de splitsing, dimethyl disulfide veroorzaakt afbraak van rode bloedcellen, zgn. kool anemie bij huisvee); bij eenmagigen worden er geen problemen geconstateerd.

Vlinderbloemigen (klaver, luzerne) bevatten relatief veel eiwit. Consumptie van eiwitrijke voeders veroorzakt gasvorming (schuimtympanie) in de pens bij herkauwers, maar dit speelt geen rol bij eenmagigen zoals cavia's. Bij normale consumptie is er geen risico. Uiteraard is teveel aan eiwit om meerdere redenen ongewenst. Maar de belangrijkste eiwitbron in de caviavoeding is krachtvoer, niet de (verse) klavers of luzerne. Meeste pellets bevatten meer eiwit (en minder vezels) op droge stof dan vlinderbloemigen; sommige commerciële voeders (bv Science Selective) zijn zelfs gebaseerd op luzerne. Als men omwille van chronische darmklachten of nierproblemen eiwit wil beperken, is het verminderen van krachtvoer veel doeltreffender.

De algemene richtlijn voor de gezonde voeding blijft uiteraard geldig: de aanbod moet gevarieerd zijn. Het voeren van uitsluitend kruisbloemigen of vlinderbloemigen of van ieder ander voedersoort is geen evenwichtige voeding en kan tot gezondheidsproblemen leiden.

PATHOGENESE

Trommelzucht is altijd secundair aan het primair lijden (andere ziekte), en vrijwel altijd secundair aan verstopping (één uitzondering: dysbacteriose). Bij darmobstructie en/of verlaging van de darmbeweeglijkheid worden de gassen niet meer afgevoerd, terwijl de aanvoer niet meteen stopt. Gas gaat zich voornamelijk in de maag en het caecum opstapelen. Dit veroorzaakt druk aan de orgaanwand en activeert de strekgevoelige sensoren. De eerste reactie op deze schadelijke prikkels is een verhoogde spieractiviteit in de darm. Het doel is het uitscheiden van het overtollige gas en/of het wegwerken van de eventuele obstakels. Dit leidt tot koliekverschijnselen (krampen). Bij het overspannen van de darmwand treedt er schade aan het darmzenuwstelsel op waardoor de kolieken stoppen en de peristaltiek stagneert (zie Obstipatie - Paralytische ileus). Zo onstaat er een vicieuze cirkel: de stijgende druk veroorzaakt een daling van darmbeweeglijkheid, waardoor de druk verder kan oplopen. In extreme gevallen kan er darmperforatie optreden.

Als de inhoud van de maag of de blinde darm rijk is aan eiwit of moleculen met een surfactant werking (lipoproteïnen, gedeeltelijk afgebroken vetten), kan er schuim onstaan. Wij spreken dan over schuimtympanie. Schuim houdt kleine gasbellen vast, waardoor de uitscheiding moeilijker wordt. Echter, de gasproductie is bij schuimtympanie meestal beperkt. Dit betekent dat de gevallen van schuimtympanie relatief minder gevaarlijk zijn en een betere prognose hebben. Een runaway situatie wanneer één groot gasbel de hele maag of blinde darm vult is veel gevaarlijker. Zo onstaat er de grootste (onomkeerbare) schade aan het epitheel en de bezenuwing van het orgaan.

In fermentatieprocessen ontstaan er veel water-oplosbare stoffen. Deze stoffen worden niet opgenomen en niet uitgescheiden, omdat de spijverteringsprocessen en de darmbeweging stagneren. De oplosbare fermentatieproducten stapelen zich op in de darm, en trekken veel water aan uit de overige weefsels. Dit leidt tot verdere uitzetting van de darm, en hypertone uitdroging van het lichaam. Uitdroging komt ook deels door anorexie. Tympanie gaat vaak samen met energietekort (negatieve energiebalans), acidose en nierfalen vanwege oligurie (heel weinig urineren).

COMPLICATIES

Een zeldzame, maar serieuze complicatie van gasvorming is darmtorsie. Dit gebeurt hoofdzakelijk ter hoogte van de blinde darm, omdat de blinde darm nagenoeg los ligt in de buikholte. Nb. maagtorsies, die men vaak ziet bij grote hondenrassen, zullen niet gauw optreden bij de cavia omdat de caviamaag redelijk goed bevestigd is. De normale ligging van de blinde darm is rechts in de buikholte, caudaal van de maag. Apex caeci (het smallere uiteinde van de blinde darm, zie Spijsvertering, Anatomie en Fysiologie), ligt normaal rechts en krult naar de rugzijde. Door gasvorming kan de hele blinde darm kantelen, zodat het orgaan craniaal van de maag gaat liggen (Fig. 2). De apex kan dan ingeklemd raken in het foramen epiploicum (de ruimte tussen de maag, de lever en de dorsale buikwand), of zich nog verder naar links verplaatsen (om de maag heen tot aan de milt). Daardoor komt de doorbloeding van zowel het caecum, als de overige organen in gedrang. Torsie gebeurt niet vaak, maar als het gebeurt is de prognose zeer ongunstig. Operatieve correctie van de ligging van de blinde darm is de enige effectieve therapie; echter, de algemene toestand van de cavia is dan meestal zodanig slecht dat de operatie een lage slagingskans heeft.


Fig. 2: Blinde darmtorsie. Links - normaal, rechts - de opgezette blinde darm plaatst zich voor de maag, de maag verschuift caudaal. 1 - blinde darm (AC - apex), 2 - maag, 3 - lever, 4 - middenrif.

SYMPTOMEN

De belangrijkste symptomen zijn reeds beschreven in Obstipatie. Gasvorming is immers een bekende complicatie van verstopping.

Gaskoliek is zeer pijnlijk. Anorexie, abnormaal gedrag en het uitblijven van ontlasting zijn vaak de eerste tekens, daarnaast ziet men uiteraard de symptomen van het primair lijden (ziekte die de gasvorming heeft veroorzaakt). Het dier kan in het begin onrustig en zelfs hyperactief zijn, later wordt het lusteloos. Bij ernstige gasvorming zien wij een harde, opgezette en pijnlijke buik en de typische houding (sternale decubitus - Fig. 1). In deze toestand wil de cavia niet meer bewegen; dit kan op "verlammingsverschijnselen" lijken, bij gasvorming zijn echter alle reflexen (kniepees, terugtrek) aanwezig. Het dier is meestal uitgedroogd, heeft kleine ingevallen ogen, droog en bleek slijmvlies en verlaagde elasticiteit van de huid. De cavia voelt koud aan, vooral de oren en de extremiteiten (voetjes) zijn koud en bleek. Dit laatste is zichtbaar bij licht gepigmenteerde dieren. Er wordt heel weinig urine geproduceerd (oligurie), de urine is zuur (pH 6-7) en bevat veel eiwit. Aspecifieke tekens van lijden zijn: tandenknarsen, recht opstaande vacht, snel en oppervlakkig ademen, versnelde hartslag en verwijde pupil. De adem van de cavia ruikt zuur en soms is er een "acetonluchtje" vanwege de aanwezigheid van ketonlichamen (energietekort - negatieve energiebalans). Bij ernstige gasophoping in de maag is er altijd ademnood: door de opgezette maag komt de beweging van het middenrif in gedrang, waardoor het inademen moeilijk wordt. Ademnood kan tegelijkertijd de oorzaak en het gevolg zijn van maagtympanie. Bij ademnood kan het slijmvlies grauw of blauw verkleuren (cyanose). De eindtoestand is shock; dit wordt gekenmerkt door ernstige onderkoeling, snel en oppervlakkig ademen, en hartritmestoornissen (tachycardie die in eindfase in bradycardie en aritmiën overgaat).

DIAGNOSE

Diagnose is gebaseerd op de lokalisatie van het gas, zie Obstipatie. Dit gebeurt via palpatie (voorzichtig - erg pijnlijk) en licht kloppen tegen de flanken. De opgezette buik samen met een holle klank ("ping") bij het kloppen is pathognomonisch (uniek voor dit ziektebeeld). Holle klanken aan de linkerkant net achter de ribben wijzen op gas in de maag. Let op: een kleine hoeveelheid gas in de maag is normaal; bij gezonde dieren hoort men dus altijd een geluid, maar de buikwand is niet gespannen. Het holle geluid aan de rechterkant, caudaal van de maag (meer naar de achterhand van de cavia) is typisch voor caecumtympanie. Dit is niet normaal, het komt enkel in ziekte voor. Vaak vindt men gas in beide organen; dit kan op een ernstige stoornis (of zelfs uitval) van peristaltiek wijzen. Omdat gasvorming vaak wordt veroorzaakt door darmobstructies, is een Röntgen foto een goede diagnostische aanvulling. Een typisch beeld in zijaanzicht zien wij in Fig. 3. Op Röntgen foto's kan men ook een eventuele darmtorsie vaststellen.

Fig. 3: Gasvorming in de maag, lateraal zicht. Nb. de positie van de organen is normaal.

PROGNOSE

Prognose hangt volledig af van een vroege opsporing en snelle behandeling. Verwaarloosde gaskolieken zijn vrijwel altijd dodelijk, maar met een correcte behandeling is de overlevingskans heel hoog. Enkel in gecompliceerde kolieken (torsie, afsnoering van een stuk darm, verstopping door een vreemd voorwerp) is de conservatieve behandeling onvoldoende; zonder operatieve interventie zal de cavia zeker doodgaan. Dit zijn gelukkig zeldzame gevallen.
Uiteraard is het succes van de therapie afhankelijk van de primaire oorzaak. Het behandelen van gas is een noodzakelijke symptoombestrijding, maar het volledige herstel is enkel mogelijk als men het primair lijden ook kan behandelen. Bij terugkerende problemen moet men meestal de voeding kritisch herzien.

Behandeling van verstopping en gasvorming wordt beschreven in Behandeling obstipatie.

REFERENTIES

Hamel I, Das Meerschweinchen als Patient, Enke Verlag, Stuttgart 2002.

Steinmetz HW, Clauss M, 2010, Gastrointestinal Stasis in Rabbits and Rodents, 35th WSAVA Congress.

Copyright ©  dierenarts dr. Eva Stoffels, Dierenartspraktijk Marumoto.