Informatie over cavia verzorging, voeding, ziektes en behandeling

door dr. W.W. Stoffels

 

INLEIDING
ALGEMENE SYMPTOMEN
ADEMHALING
  Anatomie
    Probleem herkennen
    Infecties en zoönosen
  Bovenste luchtwegen
  Onderste luchtwegen
  Preventie

GEBIT
HUID
MOND
MOTORIEK
OGEN
OREN
SATIJNZIEKTE
SPIJSVERTERING
  Anatomie en fysiologie
    Probleem herkennen
  Diarree
    Infecties en zoönosen
    Behandeling diarree
  Obstipatie
    Gaskoliek (tympanie)
    Behandeling obstipatie
  Buikvliesontsteking
  Herstel en nazorg
  Preventie

STOFWISSELING
URINEWEGEN
VOORTPLANTING

OBSTIPATIE (VERSTOPPING)

SAMENVATTING

De werking van de gezonde darm werd beschreven in het hoofdstuk Anatomie en Fysiologie. Hier bespreken wij de symptomen en de oorzaken van obstipatie (verstopping), de diagnose van darmobstructies en de prognose bij verschillende soorten verstopping.

Verstopping betekent dat de darmpassage onvoldoende is, zij het door de aanwezigheid van mechanische obstructies in de darm (obstructief) of door de slechte werking van de peristaltiek (paralytisch). De hoofdoorzaken van verstopping zijn opgesomd in de onderstaande tabel (klik op de links).

Algemene symptomen

Oorzaken obstructieve ileus: Oorzaken paralytische ileus:
Uitdroging Vagale indigestie
Voedingsfouten (ruw/krachtvoer) Lichamelijk lijden, stress, ademnood
Bezoars (vreemde objecten) Uitval locaal zenuwstelsel: doorbloeding
Anale impactie (beer) Iatrogeen (door medicatie)
Diagnose Prognose

 

Fig. 1: Kleine en droge keutels aan elkaar geplakt met slijm wijzen op problemen met de darmpassage. Onbehandeld kan de cavia levensgevaarlijk verstopt raken.

ALGEMENE SYMPTOMEN

Verstopping constateert u door de observatie van: i) de ontlasting en ii) het gedrag van uw cavia.  Een gezonde cavia produceert iedere 2-4 uur verse keutels, die groot, langwerpig en niet te droog zijn (zie Probleem herkennen en overige artikelen over spijsvertering). Verstopping kan of plots, of geleidelijk optreden.

Bij een plotse verstopping maakt de cavia opeens helemaal geen mest meer aan. Het diertje voelt zich zichtbaar slecht, zit lusteloos met de kop omlaag (veelal met de achterhand omhoog), heeft meestal een pijnlijke onderbuik, stopt met eten en kan verschijnselen van gasvorming tonen. Als deze toestand enkele uren aanhoudt, ontstaat er een levensbedreigende situatie.

Bij een geleidelijke uitval van de darmbeweging worden de keutels steeds kleiner en droger, zoals in Fig. 1. Vaak is er veel slijm in de ontlasting; dit komt door de irritatie van het slijmvlies van de dikke darm. De cavia voelt zich duidelijk niet op zijn/haar gemak, eet minder en kan persen en tekens van pijn tonen tijdens het passeren van de ontlasting. Als er niet ingegrepen wordt, zal de darmwerking verder verslechteren.

Alle vormen van verstopping zijn gevaarlijk voor de cavia; de bovengenoemde symptomen mogen nooit gebagatelliseerd worden.

ILEUS

Ileus wordt vaak gedefinieerd als darmstilstand, of het volledig stoppen van de darmbeweging. Dit is uiteraard de extreme vorm van verstopping. Echter, in de praktijk zijn "alles of niets" toestanden heel zeldzaam. Daarom hanteren wij een iets minder rigide definitie: ileus is een ernstige verstoring van de darmpassage, waardoor de ontlasting uitblijft. Een ander woord voor ileus is stasis (GI of gastrointestinal stasis in de Engelstalige literatuur).

Hieronder beschrijven we de hoofdoorzaken van en de predispositiefactoren voor de verstoorde darmpassage.

Wij onderscheiden tussen mechanische en neurogene factoren, ofwel tussen obstructieve en paralytische ileus. Echter, in de praktijk is deze onderscheiding niet altijd evident. Meestal ontstaat er een gemengd ziektebeeld. De oorzaken van de obstructieve en paralytische ileus zijn sterk aan elkaar gerelateerd; ze versterken elkaar zodat er vaak een vicieuze cirkel ontstaat.

OBSTRUCTIEVE ILEUS: MECHANISCHE FACTOREN

Obstructieve ileus betekent dat de ontlasting niet kan worden doorgeschoven omwille van een mechanische obstructie in de darm.

Etiologie. Obstructieve ileus komt vaak voor bij cavia's. Zoals beschreven in Anatomie en Fysiologie, bevat de dikke darm van cavia's veel gevoelige plekken waar obstructies kunnen voorkomen. De lengte (1 m) van de dikke darm speelt ook een rol in het ontstaan van verstoppingen. De belangrijkste probleemgebieden zijn: de overgang van colon ascendens naar colon transversum (ansa spiralis, rechts in de buikholte) en de overgang van colon transversum naar colon descendens (ansa sinistra, links in de buikholte); in beide gevallen heeft men te maken met de overgang van breed naar smal, en met scherpe bochten of talrijke kronkels in de darm. Daarbovenop is de natuurlijke peristaltiek van de dikke darm bij cavia's minder efficiënt dan bij andere dieren, vanwege het ontbreken van de overlangse spierlaag.

De hoofdoorzaken van obstructieve ileus zijn:

  1. Uitdroging. De cavia heeft minstens 100 ml water per kg lichaamsgewicht per dag nodig. Dit wordt aangegeven als een absoluut minimum voor laboratorium dieren, maar eigenlijk is het veel te weinig om het dier op lange termijn gezond te houden. De levensverwachting van laboratorium dieren is immers zeer kort. Bij gezelschapscavia's denkt men uiteraard veel meer aan het welzijn, comfort en lang leven. Dit houdt in dat de cavia de juiste voeding met voldoende vocht moet krijgen. Niet alle cavia's drinken graag uit waterflesjes. De beste manier om vocht toe te dienen is veel verse groente geven, vooral komkommer, witlof en tomaat. Een volwassen cavia eet gemakkelijk 200-300 g verse groente per dag op. Daardoor is een voldoende waterinname verzekerd.

    Bij een lage waterinname wordt er te veel water in de dikke darm onttrokken. De overgebleven massa kan (te) hard worden en bepaalde gebieden van de darm blokkeren. Bij een lichte uitdroging zal de cavia kleinere en drogere keutels aanmaken; indien er niet ingegrepen wordt zal er binnen enkele uren een volledige verstopping optreden. De situatie wordt ernstiger bij ziekte, pijn, stress en/of hoge temperaturen. Een zieke cavia, of een cavia met (hitte)stress voelt zich slecht waardoor ze minder eet en drinkt. Dit veroorzaakt een acute (klinische) uitdroging en een snelle achteruitgang in de conditie. Uitdroging is een van de twee belangrijkste factoren die verantwoordelijk zijn voor verstopping bij zieke cavia's. De andere factor is de verminderde darmbeweeglijkheid, zie onder.

    Cavia's drinken niet altijd voldoende uit de waterflesjes. Een dieet van enkel droogvoer, hooi en water leidt op termijn tot chronische (subklinische) uitdrogingsverschijnselen. Op termijn leidt dit tot verstopping, gaskolieken en nierproblemen. Denk aan extra water toediening in ziekte. Zieke cavia's drinken te weinig, waardoor hun toestand snel verergert. Geef uw zieke cavia bij voorkeur puur water of isotone rehydratie formules (maar geen suikerrijke dranken).


  2. Voedingsfouten - vertraagde darmpassage zodat er (te) veel water in de dikke darm onttrokken wordt. Te trage darmwerking kan een gevolg zijn van overige ziektes (zie onder: Paralytische ileus). Maar in vele gevallen is het puur te wijten aan voedingsfouten. Zoals besproken in Anatomie en Fysiologie, heeft de cavia veel plantaardige vezels nodig. Vezels stimuleren de darmbeweging, houden de gezonde darmflora in stand, houden water vast en zorgen voor de correcte zuurgraad in de blinde en dikke darm. Zetmeel daarentegen vertraagt de darmpassage, onder andere door het verzuren van de inhoud van de darm. Bovendien kan zetmeel geen water vasthouden (in tegenstelling tot vezels), zodat er relatief veel water in de dikke darm onttrokken wordt. Een dieet dat rijk is aan zetmeel leidt altijd tot (chronische) obstipatie. Vooral de combinatie van een zetmeelrijke voeding met te weinig vochtinname is funest voor de spijsvertering: de ontlasting wordt steeds droger en de darmpassage steeds trager. Zetmeelrijke producten zijn: de meeste commerciële droogvoeders, granen en brood. Vezelrijke producten (ruwvoeders) zijn: hooi, stro en de meeste verse of gedroogde groene planten. Een gezond caviadieet moet meer vezels dan zetmeel bevatten, maar deze regel wordt vaak overtreden (lees verder in Preventie).

  3. Bezoars. Bezoar is een massa onverteerd/ongefermenteerd materiaal, die de darm blokkeert. Bezoars van plantaardige afkomst (fytobezoars) kunnen ontstaan als het dieet te veel ballaststoffen bevat. Een voorbeeld van een ballaststof is lignine in stro of in slechte-kwaliteit hooi, bv hooi dat geoogst is na het uitbloeien. Lignine vezels zijn onverteerbaar en onfermenteerbaar (worden niet afgebroken door de bacteriële flora), en kunnen soms samenklonteren tot harde objecten.  Ook de onoplosbare vezels (cellulose), die bij gezonde dieren wel fermenteerbaar en gunstig zijn voor de darmwerking, kunnen in sommige (pathologische) omstandigheden een probleem veroorzaken. Bij onvoldoende werking van de bacteriële darmflora wordt cellulose niet afgebroken in het caecum. De massa schuift door naar de dikke darm en kan de bepaalde gevoelige regio's (bv ansa sinistra coli) blokkeren. Fytobezoars worden gevormd met name als het dier onvoldoende drinkt (zie Voorbeeld hieronder); bij adequate waterinname is er meestal geen probleem. Zorg dat de cavia altijd voldoende water en/of verse groente ter beschikking heeft.

    VOORBEELD. Zieke cavia's hebben vaak een slecht werkende cellulose-afbrekende darmflora, en een slechte hydratatie toestand (subklinische tot acute uitdroging). Deze cavia's worden vaak bijgevoerd met vezelrijke formules (bv Critical Care). De producent suggereert het volgende recept voor het aanmaken van de vloeibare voederformule: 1 deel droog poeder in 2 delen water, dus 67% watergehalte in het eindproduct. Dit lijkt op het eerste gezicht redelijk, want een vezelrijke voeding is gunstig en het zieke dier heeft behoefte aan energiedense, dus weinig verdunde voeders. Maar bij nader inzien herkennen wij twee grote problemen. Ten eerste is de bereide brij veel te dik; er is dus verslikkingsgevaar vanwege onvoldoende speekselproductie bij zieke dieren. Ten tweede is het watergehalte (67%) veel lager dan in natuurlijke voeders (planten). Planten bevatten immers 75% (gras) tot 99% (komkommer) water. Het zieke dier kan de waterschaarste niet compenseren door meer te drinken. Het watergehalte van de darm zal dus afnemen. De blinde darm moet ongeveer 85% water bevatten, zo niet kan de bacteriële flora niet optimaal functioneren. Bij waterschaarste zullen de darmcellen aanvankelijk meer slijm uitscheiden, maar dit is onvoldoende om de darminhoud de juiste verdunning te geven. De vezels worden dan weinig of niet gefermenteerd, waardoor ze onveranderd in de dikke darm terechtkomen. Dit veroorzaakt obstructies, al dan niet met gasvorming. Dit voorbeeld illustreert hoe de goede middelen en de juiste principes soms een ongewenst resultaat kunnen opleveren. Het toont eveneens aan dat het verzorgen van een zieke cavia niet zo eenvoudig is. Men moet rekening houden met veel verschillende factoren, o.a. de verhouding vezel tot water in het voeder. Zorg dat deze verhouding ten minste 1:4 is. Verdun alle dwangvoer formules ten minste 1:3 of zelfs 1:5 als ze veel vezels bevatten (hoog vezelgehalte: meer dan 40% in droge stof).

    Andere soorten bezoars zijn: haarballen (zgn. trichobezoars, tamelijk zeldzaam bij cavia's) of corpora aliena (vreemde voorwerpen uit de omgeving) - stukken plastiek, houtvezel (bedding) en andere onverteerbare stoffen. Overige factoren die het ontstaan van bezoars bevorderen zijn: vertraagde darmpassage bv door een inadequaat dieet (zie boven), te weinig hooi/ruwvoer, gerantsoeneerd of te weinig voeren, te weinig bewegen. Soms wordt het gesuggereerd dat bezoars altijd secundair zijn aan slechte darmpassage, en nooit voorkomen bij dieren met een gezonde spijsvertering. Soms worden bezoars geassocieerd met overige ziektes, stress of verveling, waardoor de cavia oneetbare objecten uit haar omgeving opeet. Het ontstaan van een bezoar leidt in ieder geval tot een plotse verstopping met acute symptomen van koliek (buikpijn, anorexie, lusteloosheid, veelal gasvorming).

  4. Anale impactie bij de beer. Bij dysfunctie van de uitwendige anale sluitspier (spierverslapping, zenuw parese) kan de ontlasting zich in de anale zak ophopen. De ontlastingprop kan hard worden en de passage van faeces verhinderen. Dit gebeurt hoofdzakelijk bij oudere (>4 jr) intacte beren, die weinig bewegen en een inactief leven leiden. De gecastreerde beren hebben er duidelijk minder last van. Ook seksueel actieve beren hebben weinig problemen met anale impactie, omdat ze altijd hun anale zak goed kunnen ledigen tijdens de paringsdans. Een beer met anale impactie zal zijn ontlasting niet meer opeten, wat snel tot gebreksziekten leidt. Anale impactie geeft een breed spectrum aan klachten. De mogelijke gevolgen zijn: verstopping, veelal met gasvorming in de blinde darm (caecum tympanie), acute dysbacteriose (verstoorde darmflora) met zware diarree, of vermageren en achteruitgaan in de conditie, en slechte vacht door gebrek aan nutriënten. Het regelmatig schoonmaken van de anaalzak is van groot belang voor de gezondheid van de beer.

  5. Leverfalen. Bij verminderde uitscheiding van gal neemt de hoeveelheid opgeloste stoffen in de darm af. Daardoor wordt er meer water van de darm onttrokken, wat tot obstructies leidt (uitzondering: bij een vetrijk dieet ontstaat er juist diarree).

  6. Iatrogene darmobstructie - veroorzaakt door medicatie. De obstructie kan optreden bij overdosering van middelen die bepaalde stoffen in de darm doen neerslaan. Voorbeelden zijn sucralfaat, een middel dat de darmwand beschermt bij vergiftiging, en cholestyramine, een middel dat toxines bindt bij bacteriële diarree. Deze medicijnen mogen enkel bij zware diarree toegepast worden, en met moet zich strikt houden aan de voorgeschreven dosering.

Als de obstructie niet weggewerkt kan worden, zal de maag en/of de blinde darm sterk uitzetten door de ophoping van vloeistof of gas. Dit op zijn beurt leidt tot de uitval van peristaltiek (paralytische ileus). De mechanismen worden verklaard in de volgende paragraaf.

PARALYTISCHE ILEUS (ATONIE): NEUROGENE FACTOREN

Bij paralytische ileus stagneert de peristaltiek van de darm (of van een bepaald fragment van de darm, bijvoorbeeld maag- of caecumatonie) zodat de voedselbrij niet doorgeschoven kan worden. Deze stagnatie komt door de uitval van de neurale besturing; de oorzaak - primair lijden - ligt veelal buiten het spijsverteringsstelsel.

Etiologie. De neurale controle van de peristaltiek berust op de werking van:

 i) Het autonome zenuwstelsel (centraal). De onderdelen van het autonome zenuwstelsel, sympathicus en parasympathicus werken antagonistisch (zie ook hoofdstuk Enterisch zenuwstelsel in Anatomie). Sympathicus zorgt voor de verminderde doorbloeding van de darm, de afname van darmbeweeglijkheid, de relaxatie van de sluitspieren (sfincters) en de afname van de secretie van spijsverteringssappen. De darmwerking wordt daardoor benadeeld. Sympaticus wordt geactiveerd door pijn, stress en overig ongemak (zgn. fight or flight reactie). Parasympathicus zorgt voor de betere doorbloeding van de darm, de toename van spiercontracties en het vrijstellen van spijsverteringssappen. De darmwerking wordt gestimuleerd. Parasympathische reactie (zgn. rest and digest reactie) wordt geactiveerd door rust, comfort en aanwezigheid van voedsel, en geïnactiveerd door stress en fysisch lijden.

 ii) Het darmzenuwstelsel (locaal). Het darmzenuwstelsel, of het myenterische zenuwstelsel, blijft vrijwel altijd werken en zorgt voor de basis tonus van de darmspieren. De werking van dit darmzenuwstelsel wordt beïnvloed zowel door externe commando's (van het autonome zenuwstelsel) als door de locale parameters, zoals de vullinggraad (uitzetting) van de darm, obstructies, de chemische samenstelling van de voedselbrij - pH, aanwezigheid van irriterende stoffen, schade aan de darmwand en/of de doorbloeding, ontstekingsreacties enz.

De mogelijke oorzaken van paralytische ileus zijn:

  1. Sterke activatie van de sympatische tak.  Dit is de hoofdoorzaak van de uitval van peristaltiek. Een sympatische reactie treedt op bij:

    Fysisch lijden - pijn (wel of niet veroorzaakt door een spijsverteringsprobleem). Primaire spijsverteringsproblemen, bv de uitzetting van de maag of het caecum (tympanie), veroorzaken hevige pijn waardoor de peristaltiek verder verslechtert (een vicieuze cirkel). Pijn bij overige ziektes/verwondigen en post-operatieve pijn zijn ook de bekende oorzaken van verstopping. De buikoperaties zoals sterilisatie bij de zeug en cystotomie (blaassteen operatie) behoren tot de pijnlijkste ingrepen; vaak wordt er onvoldoende pijnbestrijding toegepast, waardoor de dieren enkele dagen na de operatie aan darmstilstand bezwijken. Castratie van de beer brengt ook veel risico met zich mee. Bij vele buikoperaties, vooral als ze minder hygiënisch uitgevoerd worden, ontstaat er buikvliesontsteking (peritonitis). Peritonitis is zeer pijnlijk en speelt een belangrijke rol in het ontstaan van ileus. Andere pijnlijke ziektes die vaak obstipatie en gaskoliek veroorzaken zijn: middenoorontsteking, abcessen in de mondholte, blaasontsteking en luchtweginfecties.

    Psychisch lijden - stress en schrik. Cavia's zijn stressgevoelig. Cavia's die aan blootgesteld zijn aan stressoren vanwege overbevolking, competitie om voedsel, sterke/agressieve dieren in de groep (bv dominante beren, konijnen), gaan vaak dood aan darmstilstand.

    Voedselschaarste. Uithongering door te weinig aangeboden voedsel, of vasten door pijn/ziekte hebben altijd ernstige gevolgen voor de spijsvertering. Ileus is een van de mogelijkheden; echter, het al dan niet optreden van ileus is afhankelijk van de status van de bacteriële flora. Er kan ook diarree ontstaan vanwege dysbacteriose (zie hoofdstuk Infecties en zoönosen).

    Ademnood. Bij ernstige zuurstoftekort, zoals bij de verstopping van de bovenste luchtwegen, longontsteking, verslikking of hart- en circulatiefalen, ontstaat er ademnood. Het dier raakt in paniek en gaat naar adem snakken. Dit leidt tot het inslikken van grote hoeveelheden lucht. Tegelijkertijd neemt de darmbeweeglijkheid af vanwege schrik. Het resultaat is gasophoping in de maag.

    Onderkoeling. Onderkoeling komt o.a. voor bij shock - daling van bloeddruk (bloedingen, vasculaire shock bij infectieuze diarree), bij nierfalen en in de meeste terminale toestanden. Wij merken dat darmstilstand vrijwel altijd een periode van hevige diarree (bv E. coli enterotoxaemie) opvolgt. De cavia gaat snel en oppervlakkig ademen, de hartslag is zwak en versneld. Het gebeurt vlak voor de dood.

  2. Uitval van de parasympatische tak. Dit is een relatief zeldzame oorzaak van darm stilstand bij cavia's (wel heel vaak voorkomend bij herkauwers). Men heeft het hier voornamelijk over de zogenaamde vagale indigestie, gepaard met een sterke uitzetting van de maag en vaak ook de blinde darm. De signalen voor het leegmaken van de maag (het doorschuiven van de voedselbrij naar de dunne darm) worden doorgegeven via nervus vagus (de tiende hersenzenuw, NX). De zenuwbanen lopen parallel aan de slokdarm (links en rechts ervan) en kunnen in zekere omstandigheden geklemd of beschadigd raken. De schade aan NX heeft ook gevolgen voor de werking van de dunne darm, caecum en proximale colon. De mogelijke oorzaken van vagale indigestie zijn:

    Slokdarmobstructie of overige schade aan de slokdarm (daarom is het sonderen van de maag zeer gevaarlijk bij cavia's). Slokdarmobstructie kan voorkomen als men dikke, vezelrijke bereidingen probeert te (dwang)voeren aan dieren die slecht slikken.

    Sterke uitzetting van de maag, bv door het teveel lucht inslikken bij ademnood (hoofdoorzaak), de overlading van de maag bij dwangvoeren, de obstructie van de overgang maag-dunne darm (pylorische stenose, nogal onwaarschijnlijk bij cavia's), maagtorsie (ook onwaarschijnlijk i.v.m. de vorm van de maag en de sterkte van zijn ophangbanden - omentum majus en minus);

    Peritonitis (buikvliesontsteking). Uitgebreide peritonitis legt het maag-darmstelsel meteen en onherroepelijk stil. Meerdere mechanismen zijn ervoor verantwoordelijk:  i) de uitval van de parasympatische bezenuwing, ii) een sterke pijnreactie (zie boven), iii) schade op het niveau van het locale zenuwstelsel. Dieren die toch overleven (zeer zeldzaam) blijven in de toekomst gevoelig voor peristaltiekstoornissen vanwege talrijke adhesies - verklevingen van de darmen. Lees verder in Buikvliesontsteking.

    Overige factoren - de uitval van de NX kern (motorisch nucl. dorsalis, sensibel nucl. tractus solitarii) in het verlengde merg. Dit is enkel van belang in terminale toestanden, en gaat meestal samen met de uitval van andere lichaamsfuncties (ademhaling, hartwerking enz.) en het verlies van bewustzijn.

  3. Schade aan het locale zenuwstelsel. Deze schade veroorzaakt de uitval van peristaltiek in specifieke delen van het spijsverteringsstelsel. Een locale stoornis heeft meestal gevolgen voor de gehele darmwerking: bij de uitval van één darmfragment komt de globale peristaltiek in gedrang. De oorzaken zijn:

    Slechte doorbloeding (ischemie/congestie). Ischemie ontstaat door het afklemmen of verstoppen van de arteriën (slagaders) die bloed naar een bepaald orgaan toevoeren, congestie door het afklemmen of verstoppen van de venen (aders) die het bloed weer afvoeren. Slechte doorbloeding leidt tot een tekort aan zuurstof en voedingsstoffen. Het darmzenuwstelsel wordt het eerste slachtoffer, omdat zenuwcellen obligaat zuurstof verbruiken - zonder zuurstof blijven ze slechts enkele minuten leven. Schade treedt op bij:

    1. Uitzetting van de maag of de blinde darm. Bij een sterke uitzetting (overlading door voedsel, of gasvorming) vermindert de doorbloeding van het betreffende orgaan (maag, caecum). Mogelijk worden er ook overige organen in de buikholte platgedrukt, bv bij overlading van de maag komt er zoveel druk op de dikke darm (colon descendens) dat de ontlasting niet meer doorgeschoven kan worden. De schade is veelal onomkeerbaar.

    2. Torsies (verplaatsingen van bijvoorbeeld de maag, blinde darm, dunne darmlissen en hun ophangbanden - mesenteria). Onder normale omstandigheden zal het maar zelden plaatsvinden; er worden slechts enkele casussen vermeld. De problemen ontstaan vooral na onvakkundig uitgevoerde buikoperaties (bv sterilisatie), waardoor de darm ophangbanden beschadigd raken (de ophangbanden dragen de bloedvaten en zenuwen naar de darm toe) of de darmen op een onnatuurlijke manier teruggeplaatst worden in de buikholte. Bij gasvorming in de blinde darm is het mogelijk dat de blinde darm craniaal verschuift en zich tussen de maag en de lever vastklemt. Dit veroorzaakt stuwing van zowel de maag als de blinde darm en verslechtering van de toestand van ileus. Het is een zeldzame complicatie.

    3. Langdurig pijn of stress lijden. Normaal gesproken is de invloed van pijn en stress omkeerbaar: na het behandelen van de oorzaak kan de normale darmwerking herstellen. Echter, als de ongunstige toestand te lang aanhoudt, ontstaat er blijvende schade aan het darmzenuwstelsel (deels door de fysische schade - maag of duodenum zweren).

    4. Narcose bij operaties. Injectienarcose kan depressie van ademhaling en hartwerking veroorzaken, met acute zuurstofnood tot gevolg. Dit effect is vooral aanwezig bij alfa-2-adrenergica (xylazine, medetomidine) en in iets mindere mate bij ketamine. Langdurige gasnarcose (isofluraan, als de inhalatie langer dan 1 uur duurt) geeft vergelijkbare problemen. Een bijkomend nadeel is de geringe analgesie van sommige narcose middelen (gas), dwz de cavia is vooral gesedeerd - kan niet bewegen - maar niet of nauwelijks verdoofd.  Het dier moet dus tijdens de operatie en vooral post-operatief veel pijn lijden. Het gebruik van locale verdovingsmiddelen, ook bij de algemene anaesthesie, lost dit probleem deels op. Locale verdovingsmiddelen hebben een ander werkprincipe: ze blokkeren de geleiding van de pijnsignalen op het locale niveau, zodat de signalen niet doorgegeven kunnen worden naar het centrale zenuwstelsel. Locale verdoving is diervriendelijk en therapeutisch verantwoord, maar helaas wordt het door de meeste dierenartsen als te bewerkelijk en overbodig beschouwd.

    5. Volumineuze objecten in de buikholte. Bij einde dracht of bij zeer grote ovariële cysten nemen de foetussen of de cysten teveel ruimte in beslag, waardoor de doorbloeding van de darm in gedrang kan komen. Dit is een mogelijke, maar zeldzame oorzaak van ileus.

    6. Intussusceptie en rectale prolaps. Dit zijn zeldzame complicaties bij hevige diarree (hypermotiliteit van de darm). Intussusceptie is het in elkaar schuiven (invagineren) van opeenvolgende stukken darm; bij cavia's kan het plaatsvinden in de dunne darm (bv de overgang ileum/caecum). Rectale prolaps is het uitpersen van een stuk endeldarm via de anus. Bij rectale prolaps scheurt de ophangband van de endeldarm. Zowel bij intussusceptie als bij rectale prolaps ontstaat er schade aan de bloedvaten, waardor een stuk darm afsterft. De prognose is meestal slecht; vaak treedt er een dodelijke interne bloeding op.

    Ernstige schade aan de darmwand. Dit gebeurt bij bacteriële of parasitaire infecties (bv coccidiose), mechanische of chemische darmperforatie (zie ook Buikvliesontsteking), oedeem door toxines, overige pro-inflammatoire factoren, of de belemmering van lymfatische drainage. Bij ernstige gasvorming onstaat er ook schade door uitdroging en druknecrose van een regio in directe contact met een gasbel.

    Neurotoxines. Bepaalde mycotoxines, zoals vomitoxin (DON) in beschimmelde granen of hooi, beschadigen de zenuwcellen in de darm op een specifieke manier. Ileus is een typisch symptoom van voedselvergiftiging door beschimmelde voeders.

  4. Verstoring elektrolyten, mineralen en zuur/base balans. Paralytische ileus kan optreden omdat de elektrolyten, mineralen en zuren concentraties in het bloed zodanig verstoord zijn dat de darmspieren en zenuwen niet meer kunnen werken.  De belangrijkste problemen zijn: een verstoring van de natrium/kalium huishouding (bij ernstige diarree, nierfalen enz.), bloedverzuring - vooral metabole acidose (bij diarree, zwangerschapsvergiftiging, nierfalen), hypocalcaemie (calciumgebrek, bv bij melkziekte, nierfalen, satijnziekte). Uiteraard vormt ileus slechts een klein deel van een uitgebreid en meestal serieus ziektebeeld. Darmstilstand treedt vrijwel altijd op in terminale toestanden (op enkele uitzonderingen na), vermoedelijk vanwege de bovengenoemde stoornissen.

  5.  Iatrogene ileus - veroorzaakt door de behandeling. Paralytische ileus treedt op na toediening van middelen die darmbeweeglijkheid doen dalen. Gevaarlijke medicaties zijn: i) spasmolytica zoals butylscopolamine (Buscopan), ii) opioïden zoals loperamide (Imodium). Buscopan wordt gebruikt bij krampen (koliekpijn) bij mensen en sommige huisdieren. Dit middel antagoniseert de werking van het parasympatische zenuwstelsel (zgn. parasympaticolyticum) en doet de darmspieren ontspannen. Buscopan wordt vaak foutief toegediend aan cavia's met trommelzucht (gasvorming), met paralytische ileus tot gevolg. Volgens sommige bronnen wordt de combinatie van Buscopan met darmstimulanten beter verdragen. Echter, uit veiligheidsoverwegingen lijkt het ons beter om dit middel geheel te vermijden. Imodium is een populair antidiarree middel dat op het locale darmzenuwstelsel inwerkt en de darmbeweeglijkheid vertraagt. Het gebruik van Imodium werd reeds besproken in Behandeling diarree. Voorzichtigheid is aanbevolen, want de overdosering van dit middel kan tot dodelijke complicaties leiden. Paralytische ileus treedt ook op bij overdosering van injectienarcose middelen (zie boven) en bij iatrogene buikvliesontsteking (peritonitis, zie overige discussies). Peritonitis zien wij vooral na de punctie van de maag of de darmen, na een beschadiging van de darm tijdens de operatie, of na een opklimmende infectie in de buikholte, veroorzaakt door een onhygiënisch uitgevoerde castratie. Lees verder in Buikvliesontsteking.

DIAGNOSE (ONDERZOEK)

De belangrijkste symptomen - de afwezigheid van ontlasting, anorexie, een typische houding, pijnverschijnselen - werden reeds opgesomd (zie Algemene symptomen). De volledige diagnose bestaat uit de identificatie van de onderliggende oorzaken, de evaluatie van de algemene toestand van het dier (belangrijk voor de keuze van behandeling), en uit de lokalisatie van de eventuele darmobstructies.

Fig. 2: Een simpel schema van de palpatie- en auscultatievelden van de maag, het caecum en de dikke darm. De grijze lijn geeft het verloop van de dikke darm weer (versimpeld); de rode lijnen duiden de obstructie-gevoelige plekken aan.

Stap 1: palpatie (voelen). Men dient eerst de buik te palperen: links - de maagkant, rechts - de blinde-darmkant, en onder - de dunne darm en een stuk dikke darm (colon ascendens). De buik moet enerzijds strak en anderzijds soepel en elastisch aanvoelen. Het diertje moet reageren op de aanraking, bv door het aanspannen of ontspannen van de buikspieren, maar de palpatie mag geen pijn doen. Vocalisatie duidt op ernstige pijn.

Let op de uitzetting en vormverandering van de buik; dit is het belangrijkste symptoom van verstopping en gasvorming.

DDx: de triviale reden voor de opgezette buik is dracht. Andere, minder triviale redenen zijn i) ovariële cystes, als ze zeer groot zijn, ii) ascites - vochtophoping in de buik. De hoofdoorzaak van ascites is de onvoldoende werking van het hart (congestief hartfalen).

Bij gasvorming (gaskoliek) is de buik hard, gespannen en zeer pijnlijk. Zwellingen zijn palpeerbaar aan de linker- (maag) en/of de rechter kant (caecum). Klop zachtjes tegen beide kanten. Een holle klank ("ping geluid") wijst op gasvulling. Een volle borrelende klank wijst op vloeistofvulling. Bij gezonde cavia's mag men enkel aan de linkerkant (maag) een beetje geluid horen - er is altijd een beetje gas in de maag. Aan de rechterkant mag men helemaal niets horen - gas in het caecum komt alleen in ziekte voor (caecumatonie). Bij obstructieve ileus voelt men harde objecten in de dikke darm. Fig. 2 geeft aan waar de obstakels zich (meestal) bevinden. De palpatie van de obstakels veroorzaakt een pijnreactie. Bij end stage paralytische ileus is de buik veelal zacht en vormloos, het lijkt op een zak gevuld met water. Er is weinig reactie op de aanraking, geen spiersamentrekking en meestal geen pijnsymptomen meer.

Stap 2: auscultatie (afluisteren met een stethoscoop). Hiervoor plaatsen wij het membraan aan de buikkant tegen de auscultatievelden aangegeven in Fig. 2. Bij gezonde dieren moet men het geluid veroorzaakt door de darmbeweging (borborygmus) duidelijk kunnen horen. De sterktste geluiden komen van de blinde-darmkant. Bij obstructieve ileus en gasvorming is er meestal nog enige darmbeweging en -geluid. In de eerste fase kunnen de geluiden zelfs heftiger zijn dan normaal, omdat het lichaam de obstructie probeert weg te werken. Wij spreken dan over spastische of koliek-achtige darmbeweging. Bij paralytische ileus is de darmbeweging meestal niet meer waarneembaar, zodat men niets voelt of hoort.

Let ook op hartslag, lichaamstemperatuur, ademhaling, de kleur van de huid (bij licht gepigmenteerde dieren) en het slijmvlies (zie Algemene symptomen). Pijn en schrik gaan meestal samen met versnelde hartslag en versnelde ademhalingsfrequentie. Dit zult u meestal constateren bij een verstopte cavia, tenzij het dier al in een terminale toestand verkeert. De huid en slijmvliezen zullen meestal bleker zijn dan normaal. De lichaamstemperatuur is veelal verlaagd, behalve bij ileus veroorzaakt door een systemische infectie met koorts. De algemene indruk - alertheid, houding (gespannen of slap), de aanwezigheid van de kauwreflex, eventueel de symptomen van het primair lijden (bv ademhalingsproblemen) spelen een belangrijke rol in het bepalen van de juiste strategie voor de behandeling.

Stap 3: medische beeldvorming (Röntgen, echografie). Dit is nuttig bij een sterke aanwijzing voor een darmobstructie, of als men andere oorzaken (cystes) in beeld wil brengen, of als er operatief ingegrepen moet worden. In dergelijke gevallen moet men het obstakel nauwkeurig lokaliseren. Contrast radiografie geeft op zich zeer waardevolle informatie. De beperkingen hiervan zijn dat het nog enigszins werkende peristaltiek vereist en dat het contrastmiddel (barium) de peristaltiek kan verslechteren. Enkel gespecialiseerde dierenklinieken kunnen deze handeling correct uitvoeren.

PROGNOSE

Prognose is afhankelijk van de algemene toestand van het dier, de onderliggende oorzaken/ziekten, de leeftijd en de geschiedenis van darmaandoeningen. Bijvoorbeeld, bij pijn en uitdroging reageren de dieren heel goed op pijnstilling en vochttoediening. Bij voedingsfouten kan het dieet zonder moeite verbeterd worden. Ook bij ernstige gasvorming kunnen de cavia's meestal geholpen worden. Maar de prognose wordt slechter als de problemen steeds terugkeren en als men het primair lijden niet kan behandelen. Tot slot, een cavia die al in een shocktoestand verkeert, totaal geen darmactiviteit heeft, onderkoeld en slap is, zal waarschijnlijk niet meer herstellen.

De behandeling van verstopping en gaskolieken wordt besproken in Behandeling obstipatie.

REFERENTIES

Krempel D, Cotter M, Stanzione G, 2000, Ileus in domestic rabbits, Exotic DVM 2.4.

Mitchell BE et al., 2010, Gastric Dilatation-Volvulus in a Guinea Pig (Cavia porcellus), Journal of the American Animal Hospital Association 46: 174-180.

Richardson VCG, 2000, Diseases of Domestic Guinea Pigs, 2nd edition, Library of Veterinary Practice, Blackwell Publishing.

Shrubsole-Cockwill AN, Cockwill KRN, Parker DL, 2008, Omental torsion in a guinea pig (Cavia porcellus), Can. Vet. J. 49(9): 898-900.

Steinmetz HW, Clauss M, 2010, Gastrointestinal Stasis in Rabbits and Rodents, 35th WSAVA Congress.

The Merck Veterinary Manual.

Copyright ©  dr. Winfred Stoffels, Marumoto - Maru-vet