Informatie over cavia verzorging, voeding, ziektes en behandeling

door dr. W.W. Stoffels

 

INLEIDING
ALGEMENE SYMPTOMEN
ADEMHALING
  Anatomie
    Probleem herkennen
    Infecties en zoönosen
  Bovenste luchtwegen
  Onderste luchtwegen
  Preventie

GEBIT
HUID
MOND
MOTORIEK
OGEN
OREN
SATIJNZIEKTE
SPIJSVERTERING
  Anatomie en fysiologie
    Probleem herkennen
  Diarree
    Infecties en zoönosen
    Behandeling diarree
  Obstipatie
    Gaskoliek (tympanie)
    Behandeling obstipatie
  Buikvliesontsteking
  Herstel en nazorg
  Preventie

STOFWISSELING
URINEWEGEN
VOORTPLANTING

ZIEKTES BIJ CAVIA'S HERKENNEN - ALGEMEEN ONDERZOEK

Een goede diagnose is het halve herstel!

Cavia's zijn prooidieren, en prooidieren zijn geen "aanstellers", maar "stille lijders". Cavia's hebben een relatief hoge pijndrempel, ze laten niet gauw merken dat ze niet fit zijn, en ze kunnen hun problemen heel lang verbergen. Een zieke cavia herkent u dus niet zo gemakkelijk als bijvoorbeeld een zieke hond.

Daarnaast zijn cavia's kwetsbare dieren. De meeste ziektes beginnen vrij plots en verlopen snel en acuut. Er is niet zoveel tijd voor de behandeling. De prognose hangt volledig af van hoe snel u de symptomen ontdekt. Observeer uw cavia kritisch en let op alle tekens van ongemak. Het begint meestal heel subtiel. Hieronder geven wij enkele tips voor het evalueren van de gezondheidstoestand van uw cavia. Deze gegevens zijn enkel ter oriëntatie: de uitwerking van de specifieke ziektebeelden vindt u in overige hoofdstukken.

 


ALGEMENE SYMPTOMEN

Gezondheidsproblemen uiten zich als veranderingen in basis lichaamsparameters en -functies, zoals hartslag- en ademhalingsfrequentie, lichaamstemperatuur, hydratatie (hoeveelheid water in het lichaam), eet- en drinkgedrag, alsook in het algemene gedrag (houding) en gewicht. De aandachtspunten zijn aangegeven in de volgorde van afnemend belang. De referentiewaarden zijn afkomstig uit de praktijk en uit de literatuur; men kan ze gebruiken voor het algemene onderzoek van de zieke cavia.

Ga naar:
Hartslag Temperatuur Ademhaling
Waterhuishouding Ontlasting Eten
Gedrag Pijn Gewicht
Algemeen onderzoek - controlepunten per lichaamsdeel

HARTSLAG: Normale frequentie is 230-380 per minuut. Versnelling (tachycardie) treedt op bij pijn, schrik, koorts, (hitte)shock en opwinding. Vertraging (bradycardie) ziet men bij chronisch hartfalen of in terminale toestanden, dikwijls in end-stage nierziekten en vergiftiging, vanwege een ontsteking van het hartzakje (uraemische pericarditis). De hartslag moet regelmatig en helder zijn, er mag geen slag ontbreken en er mag geen sissend geluid ontstaan. Let op: respiratoire aritmie (de variatie van de hartslag tijdens het in- en uitademen) die men bij andere dieren ziet (bv gezonde honden) is niet normaal bij cavia's. Het beluisteren van het caviahart en het herkennen van abnormaliteiten vergt enige oefening.

TEMPERATUUR: Normale temperatuur is 37.2-39.5 graden Celsius (ideaal - 38-38.50C). De temperatuur is verhoogd bij systemische ontstekingsprocessen (koorts = pyrexie) of bij falen van thermoregulatie (oververhitting = hyperthermie); de hartslag en de ademhalingssnelheid zijn dan ook verhoogd. Bij lokale ontstekingsprocessen is de temperatuurverhoging beperkt tot de zieke regio's/organen (dit is geen koorts). Voorbeelden: i) bij middenoorontsteking voelt het oorschelp (pinna) aan de aangedane kan heet aan; ii) een warm anvoelende wang kan op een kaakabces duiden. Verlaagde lichaamstemperatuur (hypothermie) ziet men in terminale toestanden, veelal bij infectieuze diarree, overige vergiftigingen, trauma/bloeding, hart-, lever- of nierfalen. Hypothermie kan samengaan zowel met een trage als een snelle hartslag. Dit is soms een nuttig detail bij de differentiële diagnose. Hypothermie met een snelle hartslag en snelle ademhaling duidt op de beginnende fase (compensatiefase) van shock. Een radicale behandeling kan nog de toestand van het dier verbeteren. Hypothermie met een trage hartslag heeft een zeer slechte prognose: het is de eindtoestand of de progressieve fase van shock; euthanasie blijft meestal de enige diervriendelijke optie.

ADEMHALING: Normale frequentie is 42-104 (gem. 70-80) per minuut. Cavia's kunnen enkel door de neus, en niet door de mond ademen. De cavia moet regelmatig ademen; er mag geen geluid ontstaan, noch bij in- noch bij uitademen. Het diertje mag absoluut geen buikspierpomp gebruiken (geforceerd ademen met inschakeling van buik- en rompspieren). Snelle ademhaling (tachypneu) duidt op pijn, systemische ontsteking, stress of schrik. Snel en oppervlakkig ademen ziet men voornamelijk in shocktoestanden. Traag ademen (bradypneu) wijst op depressie van het centrale zenuwstelsel (bv tijdens narcose of in terminale toestanden). Let op: oude dieren die diep slapen kunnen ook heel traag ademen (invloed van het parasympatisch zenuwstelsel, zie Ademhaling). Dit is normaal.
Hoort u de cavia ademen? Luister dan met een stethoscoop naar de longen en probeer de oorsprong van dit geluid te plaatsen. Een oppervlakkig reutelend geluid (afkomstig van de bovenste luchtwegen) kan worden veroorzaakt door verslikking, opsnuiven van stof of door neusverkoudheid (rhinitis). Oppervlakkige reutels zijn meestal onschuldig. Ernstige neuscongestie kan echter een ademnood veroorzaken, omdat cavia's verplicht door de neus moeten ademen. Een diep reutelend geluid duidt op de aanwezigheid van slijm en debris in de luchtpijp en bronchiën. Dit zijn alarmerende verschijnselen. Het geluid verdwijnt bij een serieuze aantasting van het longweefsel. Noodsituaties zijn: naar adem snakken (inademen met verheven hoofd), hoog piepend geluid bij het geforceerd inademen van lucht (inspiratoire stridor), blauw verkleurde huid en slijmvlies (cyanose). Heftige samentrekkingen van buik- en rompspieren tijdens uitademen (buikspierpomp) kunnen ook op serieuze luchtwegproblemen wijzen. DDx (andere oorzaken) - hartfalen en stofwisselingstoornissen (acidose); nb. deze problemen kunnen ook een respiratoire oorsprong hebben.

WATERHUISHOUDING: De cavia neemt ongeveer 100-150 ml water op per kilo lichaamsgewicht per dag (of meer met vers voer). Grote veranderingen in drinkgedrag wijzen op problemen (nier, suikerziekte). Uitdroging door onvoldoende wateraanbod of door ziekte is een potentieel dodelijk probleem. Controleer of uw cavia voldoende water of versvoer binnen krijgt. Let op tekens van uitdroging zoals verlaagde huidturgor (elasticiteit). De huid wordt minder elastisch en na een knijpen blijft een huidplooi lang staan; dit is soms moeilijk vast te stellen op dicht behaarde huid. Overige tekens van uitdroging zijn: kleine en diep ingevallen ogen, droog en bleek mondslijmvlies, lusteloosheid. Controleer ook of uw cavia regelmatig urineert, en of de urine er normaal uitziet (geen bloed, gruis en sterke geur). Een cavia die enkele uren niet heeft geërineerd (ca. 5 uur, afhankelijk van het dier) loopt risico op ernstige nierschade en vergiftiging.

ONTLASTING: De cavia moet grote en niet te droge keutels maken. De kleur moet bruin zijn en de geur neutraal. Er mag absoluut geen bloed in de faeces zitten. Zwart gekleurde ontlasting (melena) wordt veroorzaakt door bloedingen ten hoogte van de maag of dunne darm. Zeer licht gekleurde ontlasting duidt op lever/galweg problemen. Let op zachte ontlasting of diarree. Afhankelijk van de oorzaak kan diarree onschuldig, maar ook fataal zijn; waterige diarree is veelal zeer serieus. Sterk geurende ontlasting wijst op een verstoring van de bacteriële darmflora. Kleine en droge keutels, verstopping en gasvorming (trommelzucht of tympanie) zijn altijd zorgelijk. Let op pijn bij ontlasting; dit kan zowel op verstopping als op andere aandoeningen wijzen (bv blaasstenen).

ETEN: Gezonde cavia's eten veel en enthousiast. Verminderde eetlust is een van de eerste tekens van ziekte. Soms verandert het eetgedrag geleidelijk - de cavia's mijden een bepaald soort voedsel (bv droogvoer, typisch bij tand- of kaakproblemen). Ernstig zieke dieren worden anorexisch. Cavia's kunnen veel slechter tegen vasten dan vlees- en alleseters. Vastende cavia's sterven lang voordat hun energiereserves (lichaamsvet) uitgeput zijn. Zonder voedsel zal de gezonde darmflora van de cavia ernstige schade oplopen; dit gebeurt na 8 tot 24 uur vasten afhankelijk van de algemene conditie van het dier. De cavia kan darmstoornissen zoals obstipatie (stasis of ileus) of diarree (dysbacteriose) ontwikkelen. Een bijkomend probleem is de negatieve energiebalans (te veel verbranding van eigen lichaamsvet, bij gebrek aan externe voedingsstoffen); dit leidt tot leverschade (vervetting) en dodelijke complicaties. Denk er aan: een vastperiode van slechts 12 uur kan al irreversibele leverschade veroorzaken! Als de cavia ongeveer 8 uur lang geen interesse in eten toont moet hij/zij bijgevoerd worden. Uiteraard dient men ook de oorzaak van anorexie vast te stellen.

GEDRAG: Een gezonde cavia is alert, nieuwsgierig, beweeglijk en enthousiast. Een beproefde test: bij het strelen de achterhand van de cavia maakt een gezond diertje een knorrend "pretgeluid" vaak samen met strekken en gapen (maar let op: niet alle cavia's doen dat van natuur). Andere tekens van gemak en welzijn zijn: ontspannen liggen, vaak strekken en gapen, reflexmatig kauwen, blinde-darmkeutels opeten, zich vaak wassen, met de kop omhoog zitten, pretgeluiden maken (knorren, "pruttelen", piepen om aandacht en voedsel), alert zijn - veel snuffelen en interesse tonen in het eten en in andere cavia's. Jonge cavia's springen vaak verticaal omhoog ("popcornen"), of rennen door de kooi in een soort van "rengalop".

Fig. 1: Verschillende houdingen in de rusttoestand.
A. Een normale, ontspannen houding. Een gezond en goed gevoed dier dat zich veilig voelt. B. Op het eerste gezicht ontspannen. Echter, het dier probeert het linker achterbeen te ontlasten. Een typische ligging bij ernstige gewrichtspijn. C. Een ernstig zieke cavia. Het dier zit ingedoken. Let op de houding van de kop en de stand van de ogen (uitdroging).

ABNORMAAL GEDRAG: Cavia's kunnen hun ongemak lang verbergen. Op het moment dat de eigenaar een verandering in het gedrag merkt is het probleem al meestal serieus. Het begint altijd met minder enthousiasme. De cavia wordt minder alert, verbergt zich graag onder het hooi en komt niet zo snel naar het eten toe. Het diertje lijkt sloom, "verstrooid" of "vergeetachtig" en vertoont abnormale reacties op andere dieren en op de eigenaar. Een normaal schuwe cavia laat zich opeens gemakkelijk pakken, terwijl een zeer tamme cavia wegloopt en probeert zich te verschuilen. Een beertje wordt minder dominant en niet meer geïnteresseerd in zeugjes. De houding in rust (Fig. 1) zegt ook veel over de gemoedstoestand van het dier. Een zieke cavia ligt niet ontspannen, maar ingedoken met de kop omlaag (Fig. 1C). Zorgelijke tekens die op specifieke problemen wijzen zijn: evenwichtstoornissen, schudden met de kop, de kop scheef houden, moeilijk lopen en/of een lichaamsdeel proberen te ontlasten. Het dier kan bijvoorbeeld een ledemaat ontlasten bij gewrichtspijn (Fig. 1B), hoog op de pootjes staan bij blaasproblemen en met de achterhand omhoog liggen bij hevige buikpijn. Ernstig zieke dieren tonen vaak het zogenaamde stereotypische gedrag: een reeks herhalende handelingen die schijnbaar zinloos zijn. Voorbeelden van stereotypisch gedrag zijn:

  1. Een knikkende op- en neerwaartse beweging maken met de kop;

  2. Kokhalzen met overdreven op en neer bewegen van de oren (aandachtspunt: verslikking of systemische vergiftiging);

  3. Overdreven kauwen: onnodig grote en trage bewegingen met de kaak maken tijdens het eten; het eten zelf verloopt niet efficiënt (aandachtspunt: kaakproblemen);

  4. Voeders (hooi enz.) oppakken en vervolgens laten vallen;

  5. Oneetbare objecten (zaagsel, hout, kooimateriaal) proberen op te eten;

  6. Papier (indien aanwezig) scheuren (aandachtspunt: pijn, koliek);

  7. Steeds de hoek in lopen of de kop tegen de hoek duwen;

  8. In de bedding wroeten met de intentie zich onder te graven.

PIJN: Pijn herkennen is bij de cavia moeilijker dan bij andere diersoorten. Vocalisatie (krijsen) gebeurt alleen bij zeer sterke, acute pijn zoals bij verwonding of buikvliesontsteking. De meest voorkomende tekens van pijn zijn: tandenknarsen (ook bij irritatie of agressie), beven, een typische gespannen houding met gebolde rug en kop omlaag, rechtopstaande haren, droge mond, anorexie, droge ingevallen ogen door de verminderde traanproductie, mydriasis (pupilverwijding) met weinig reactie op licht - de cavia lijkt "op oneindig" te focusseren. Naarmate het ongemak toeneemt zal de cavia steeds minder bewegen. Uiteindelijk zal het dier zich afzonderen en lusteloos met de neus naar de hoek toe zitten. Dit is de hoogste tijd om medicinaal in te grijpen.

TERMINALE TOESTAND: Als de toestand verder verslechtert zal het lichaam slap worden. Geleidelijk verliest de cavia de normale reflexen, bijvoorbeeld de kauw- en slikreflex. Het tandvlees verkleurt wit of grauw en de tong beweegt niet meer. De cavia vertoont tremor  (trillen en ataxie) tijdens de poging tot lopen. Dit wijst op een terminale toestand; het heeft geen zin meer om het dier te voeren. Overweeg diervriendelijke euthanasie bij de dierenarts. U kunt het bewustzijn controleren met de dreigreflex: bij een lichte aanraking van een ooglid dient de cavia dit oog te sluiten. Als dit niet gebeurt, is het dier waarschijnlijk niet meer bij het bewustzijn (uiteraard zijn er uitzonderingen op deze regel, maar die zijn zeldzaam). Vlak voor de dood kan het dier actiever worden; dit wordt soms vermeld als "een valse opleving". Het komt waarschijnlijk door de vrijstelling van natuurlijke pijnstillers (endorfines) door het lichaam. De cavia snuffelt en probeert te bewegen, of zelfs iets te eten; de beweging is veelal ongecoördineerd (ataxie). Dit moet onderscheiden worden van het ongecontroleerd rennen of spartelen - dit is een paniekreactie die vaak bij acute ademnood of hartstilstand optreedt. In de eindtoestand kan de eigenaar het diertje oppakken, comfortabel leggen en kalmeren. Het doodgaan zelf verloopt rustig en vredig. De cavia is al meestal comateus en ligt in laterale decubitus (op zijn/haar zij) met gestrekte achterpoten. Men ziet soms wel spastische samentrekkingen van borstspieren bij het inademen, maar het dier voelt op dat moment niets meer. De hartslag is nauwelijks voelbaar, de oogbollen draaien dorsaal (naar boven, door uitval van hersenzenuwen). De ademhaling wordt erg traag (bv iedere 5-10 secondes) en oppervlakkig, soms is er stridor (piepend geluid bij het inademen). De cavia ademt met de mond wijd open en grijpt reflexmatig met de tanden naar bodembedekking, daarom zien wij bij gestorven cavia's vaak hooi en andere objecten in de mond. Deze terminale toestand kan maximaal 2-3 minuten in beslag nemen. Ongeveer tegelijkertijd met het stoppen met ademen, zal de stervende cavia nog urineren. Het ledigen van de urineblaas gebeurt op het moment dat het centrale zenuwstelsel uitvalt.

GEWICHT: De meeste ziekten gaan gepaard met gewichtsverlies (met of zonder anorexie). De regelmatige controle van het caviagewicht is zeer belangrijk. Weeg uw cavia's eens per week (bij voorkeur op dezelfde dag en tijdstip) en bewaar de gegevens in een logboek; zo kunt u de problemen in een vroeg stadium opsporen. Een wekelijkse schommeling van 20-30 g is normaal; een verschil van 50 g is verdacht, maar kan ook toevallig zijn (minder lekker eten, bronst bij zeugen). Er mag echter geen dalende trend ontstaan. Een afname van 100 g of meer in een week is alarmerend. Het gewicht van een zieke cavia moet vanzelfsprekend vaker (dagelijks) gecontroleerd worden.

ANDERE AANDACHTSPUNTEN: (met een snelle voorlopige diagnose; voor meer details zie de uitgewerkte hoofdstukken)
Ogen: let op ontsteking, uitscheiding, verwondingen. Ingevallen ogen: ernstige uitdroging (bv bij diarree), levensbedreigende conditie. Uitpuilend oog: mogelijk abces, glaucoom. Uitscheiding: mogelijk luchtweginfectie, irritatie door bv rook. Melkachtige uitscheiding na een wasbeurt: normaal, een natuurlijk "wasmiddel".
Oren: let op veel oorsmeer, etterige uitscheiding, bijtwonden. Oorsmeer: mogelijk mijten, etter: middenoorontsteking. Kop/nek scheef (torticollis): oormijt, midden- of binnenoorontsteking. Schilferige, afgestorven, dunne oorranden: slechte doorbloeding, ondervoeding, slechte conditie, mogelijk hart- of stofwisselingsziekte. Vuurrode en warm aanvoelende oorschelpen: koorts, middenoorontsteking.
Mond: let op wonden, kapotte mondhoeken en korsten (cheilitis). Bleke of blauw verkleurde slijmvliezen: ernstige ademnood, mogelijk hartfalen. Veel kwijlen: kiesproblemen, nierziekte, vergiftiging.
Tanden: let op gebroken of oneven gesleten tanden, doorgegroeide kiezen. Bruine/brosse/gebroken tanden: te weinig calcium of vit. C, te veel zoetigheid. Oneven gesleten snijtanden: kaakabces (een pathognomonisch teken voor kaakabcessen). Doorgegroeide kiezen: langdurig slecht eten, chronische ziekten, kaakabces.
Huid: let op wonden en kale plekken, zwellingen en onderhuidse bulten. Haaruitval: meestal schurft of schimmel, soms hormonaal (dracht, eierstokcysten). Plakkerige, geklonterde vacht: mogelijk vitamine C gebrek of inwendige parasieten (wormen). Bulten: abcessen of tumoren.
Pootjes: let op eelt, wonden, zwellingen. Eelt: knip losse stukjes voorzichtig af. Wonden, zwellingen: controleer op pododermatitis en behandel rigoureus met antibiotica. Gezwollen gewrichten: trauma, artritis.
Nagels: regelmatig bijknippen (iedere 2 weken of naar behoefte). Gescheurde nagels: goed ontsmetten (soms een stevig drukverband nodig bij hevig bloeden).
Anale/genitale streek: let op urineverlies, bruin verkleurde vacht, vervuiling door faeces (diarree), ontstoken genitaliën en bloedingen. Urineverlies, bloed in de urine, huidontsteking door urine (urinebrand): mogelijk blaasontsteking of -stenen. Bloeding uit de vulva (zeugen) of anus (alle geslachten): zeer gevaarlijk, noodsituatie. Belangrijk bij oudere beren: controleer regelmatig de voorhuid en de anale zak. Verstoppingen (voorhuid- of anale impacties) komen vaak voor en leiden tot ernstige nier- of spijsverteringsproblemen. Verwijder de vervuiling grondig en spoel de lichaamsdelen met veel lauwwarm water.

REFERENTIES

Hrapkiewicz K, Medina L, 2007, Clinical Laboratory Animal Medicine, Blackwell Publishing.

Nelissen M, Ethologie en Dierenwelzijn, cursus 3-de Bach. Diergeneeskunde, Universiteit Antwerpen.
 

Copyright ©  dr. Winfred Stoffels, Marumoto - Maru-vet